‘Niet huilen, kleintje.’ Zei de bloem en aaide het witte hoofdje.‘Nou..nou…heel eerlijk is het anders niet hoor!’ stootte kleine lelie terug.Bloem slaakte een zucht. Het kon soms ook zo’n aansteller zijn.
‘Dan kun je wel gaan zitten zuchten maar wij zitten hier straks mooi alleen…helemaal alleen, met de poes. En dan ga jij zitten zuchten!’
Bloem sloot zijn ogen en dacht aan een prettig moment. Lelie begon weer zachtjes te snotteren. Het prettige moment mocht daarom niet baten. Bloem besloot nog even rustig tot tien te tellen en dan iets opbeurends te zeggen. Liever ginnegappen dan dat gejirrimiejir dacht hij zo.
Één..twee..drie..vier..vijf..zes..zeven..acht..negen..
‘TIEN!’loeide kleine lelie. ‘Heb je al een goeie grol of zal ik nog even wachten met dijenkletsen? Je bent ook zó óntzétténd voorspelbaar, bloem.’ Lelie keek triomfantelijk naar zijn grote vriend en gniffelde in zijn knuistje.
Bloem zuchtte.
‘Ha!’ brulde lelie. ‘Geef je het al op met zonnig doen? Accepteer het nou maar, we zijn gedoemd!’
‘Dan kan je nog wel een beetje gezellig doen.’ Zei bloem nuffig.
‘Nee natuurlijk niet. Heb je ooit gehoord van iemand die gezellig gedoemd geweest is? Gedoemd zijn doe je jankend of anders op z’n minst met een frons. Je bent soms ook zó dóm…’ zei lelie meewarig en gaf bloem zijn begrijpende, sympathiserende blik.
Dat deed het ‘m voor bloem en hij zette zijn bokkenpruik op. Lelie merkte het en zette om hem te pesten zijn lievelingsliedje in. ‘Bloem is chagrijnig, hi-ha-ho! Bloem is chagrijnig laaaalalalalala!’
Bloem wilde wel tot tien tellen maar hij deed het niet. Ook dacht hij niet nog drie keer na, maar gaf vastberaden en wel de pot van lelie zo’n rotzet dat het hele zaakje naar beneden donderde.
De laatste deunen van lelies wijsje verdwenen in de diepte en de pot zei krak.
Nu was bloem weer vrolijk. Hij sloot zijn ogen en dacht aan een prettig moment.